Ik herinner me nog goed avonden dat ik naast mijn bed knielde. Buiten was het donker, in de kamer was het stil. Ik had gebeden, mijn verlangens aan God voorgelegd, zoals ik het geleerd had. En toen wachtte ik. Op een antwoord, een gevoel, een zekerheid. Iets. Maar er was niets. Alleen de stilte, die plotseling zwaar en koud woog. Het voelde alsof ik tegen een muur praatte.
Dit gevoel kent waarschijnlijk iedereen die oprecht probeert met God te leven. Het is diep verontrustend. We lezen in de Bijbel over mensen die Gods stem horen, die zijn aanwezigheid voelen. En bij ons? Leegte. De gedachte sluipt binnen: Doe ik iets verkeerd? Ben ik niet goed genoeg? Of nog erger: Is er misschien helemaal niemand?
Deze stilte is geen theologische theorie, het is een existentiële ervaring. Ze schudt aan de fundamenten van ons geloof. En precies daarom moeten we erover praten. Niet met simpele formules of vrome spreuken, maar met dezelfde eerlijkheid waarmee deze stilte ons tegemoet treedt.
Het was gewoon stil
In het begin is het slechts een licht onbehagen. Het ochtendgebed voelt een beetje mechanisch aan. De woorden in de Bijbel blijven letters op papier, ze bereiken het hart niet meer. Je wijt het aan stress, vermoeidheid of afleiding. Je probeert je meer te concentreren, luider te bidden, langer in de Bijbel te lezen. Maar de afstand lijkt alleen maar te groeien.
De toestand wordt een blijvende toestand. Het gesprek met God wordt een monoloog. Het is als een telefoontje naar een vriend waarbij de lijn dood is. Je praat nog even door, onzeker of de verbinding slechts kort onderbroken is, maar op een gegeven moment hang je op omdat je je dwaas voelt. Velen van ons hangen in zulke fasen innerlijk op. Ze stoppen met bidden omdat het zinloos aanvoelt.
Deze geestelijke droogte is pijnlijk. Ze isoleert ons. We zien andere christenen die schijnbaar moeiteloos in hun relatie met God leven, en we voelen ons als bedriegers. We glimlachen in de kerkdienst, maar innerlijk schreeuwt alles. De honger naar God is er, maar de tafel lijkt leeg te zijn.
En toen zag ik hem aan het kruis
Jarenlang heb ik in deze momenten naar mezelf gekeken. Ik zocht naar fouten bij mezelf, probeerde door meer inspanning een doorbraak te forceren. Totdat ik begreep dat ik in de verkeerde richting keek. Mijn blik was gericht op mijn gevoel van verlatenheid, niet op degene die werkelijk verlaten was.
Jezus Christus hing aan het kruis. Hij, die in eeuwige, onverdeelde gemeenschap met de Vader had geleefd, nam mijn en jouw zonde op zich. En op dat moment gebeurde het onbegrijpelijke: De gemeenschap scheurde. De Vader wendde zijn aangezicht af van de Zoon, die tot zonde gemaakt werd. En Jezus schreeuwde het uit in de duisternis.
"Rond het negende uur riep Jezus met luide stem: 'Eli, Eli, lama sabachtani?' Dat betekent: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?'" (Matteüs 27:46)
Dat was geen gevoelde afstand. Dat was echte, feitelijke scheiding. Jezus heeft de diepste godverlatenheid doorstaan die een mens ooit kan ervaren, zodat wij die nooit meer hoeven te ervaren. Als we ons dus door God verlaten voelen, dan zijn we op de plaats die Jezus voor ons heeft doorstaan. Hij is geen verre God die ons worstelen niet begrijpt. Hij is de God die dit worstelen in zijn meest verschrikkelijke vorm zelf kent. Onze gevoelde stilte is een ontmoetingsplaats met hem, die de absolute stilte heeft verdragen.
Wat de woestijn met ons doet
De stilte van God is zelden een teken van zijn afwezigheid, maar vaak een uitnodiging naar de woestijn. En de woestijn is in de Bijbel een belangrijke plaats. Het is de plaats waar alle afleidingen wegvallen. Het is de plaats waar we niets meer hebben om ons aan vast te houden, behalve aan God zelf.
Zolang we God voelen, zolang we emotionele bevestiging krijgen in ons geloof, bestaat het gevaar dat we ons aan de gevoelens vasthouden en niet aan God. We worden afhankelijk van geestelijke ervaringen. God wil echter dat we van hem afhankelijk zijn. In zijn wijsheid leidt hij ons soms naar een droogte, zodat ons geloof gereinigd wordt.
In de stilte worden we gedwongen om te kiezen. Geloof ik wat God in zijn Woord over zichzelf zegt – dat hij trouw is, dat hij van mij houdt, dat hij altijd bij mij is? Of geloof ik mijn wankelende gevoelens, die vandaag heet en morgen koud zijn? Een geloof dat deze woestijntijden overleeft, is een sterk geloof. Het is niet langer op zand gebouwd, maar op de rots – op Christus en zijn Woord.
Een paar stappen in het donker
Wat doen we dan heel praktisch als het gebed leeg aanvoelt? Het gaat er niet om een techniek te vinden die God weer aan het spreken brengt. Het gaat erom standvastig te blijven in vertrouwen, ook al voelen we niets.
Blijf in gesprek. Ook al voelt het als een monoloog. Wees eerlijk tegen God. Zeg hem dat je niets voelt. Klaag hem je nood. De Psalmen staan vol met zulke eerlijke, soms boze gebeden. God verdraagt onze klacht. Een zucht, een "Heer, help mij", is een gebed dat zijn hart bereikt.
Klamp je vast aan zijn Woord. Ook al voelt het droog aan. De Bijbel is niet primair een boek van gevoelens, maar een boek van waarheid. Het is het anker in de stormen van onze ziel. Lees de verhalen van zijn trouw. Lees de beloften die hij ons in Christus heeft gegeven. Je geloof voedt zich met deze waarheid, niet met je emoties.
"Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid." (Hebreeën 13:8)
Verberg je niet. De stilte maakt eenzaam, en de vijand wil ons precies daar hebben: alleen in het donker. Zoek het gesprek met een volwassen christen die je vertrouwt. Deel je strijd. Je zult merken dat je niet alleen bent. De gemeenschap van de heiligen is er om elkaar te steunen en te dragen, juist wanneer een van ons zwak is.
De stilte is een deel van de weg. Ze is pijnlijk, maar ze is niet het einde. Christus is met ons in de stilte. Hij houdt onze hand vast, ook al voelen we zijn aanraking niet. En uiteindelijk leidt de weg door de woestijn vaak tot een diepere, vastere en eerlijkere relatie met de God die in de stilte niet afwezig is, maar ons op een manier nabij is die we met onze gevoelens vaak helemaal niet kunnen bevatten.
