„De Drie-eenheid. Drie goden?” Deze vraag is me vaak gesteld, soms spottend, soms met oprechte verwarring. Ik begrijp dat goed. Lange tijd was het voor mij ook slechts een ingewikkeld, theologisch woordgedrocht. Vader, Zoon en Heilige Geest. Hoe kan dat samengaan zonder dat je uiteindelijk bij meerdere goden uitkomt?
De gedachte zat diep. Wij christenen spreken toch van de ene God, de Schepper van hemel en aarde. En dan komen we met deze formule, die alles weer lijkt te compliceren.
Maar ik merkte dat de moeilijkheid vaak niet bij God ligt, maar bij onze poging om Hem in de hokjes van ons verstand te persen. We willen een nette formule voor wat oneindig veel groter is dan ons denken. De weg naar een dieper begrip begon voor mij niet met meer theologie, maar met een eenvoudig beeld.
Het moest eerst ingewikkeld worden
Vroeger zat ik in kerkdiensten en hoorde de woorden: „In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” Ik knikte, maar mijn hart bleef onberoerd. Het voelde als een plichtpleging, een geloofsbelijdenis die je nu eenmaal uitspreekt. Innerlijk verzette iets zich in mij. Ik geloof in één God. Punt. De rest leek onnodige ballast.
Ik sprak erover met een vriend. Een man die al vele jaren met Jezus onderweg was. Hij luisterde geduldig terwijl ik mijn twijfels en frustratie uitstortte. „Het voelt alsof je drie bazen hebt. Tegen wie moet ik nu eigenlijk mijn hart uitstorten? Tegen de Vader, die alles gemaakt heeft? Tegen de Zoon, die voor mij gestorven is? Of tegen de Geest, die in mij moet wonen? Dat is toch vermoeiend.”
Hij glimlachte alleen en zei niets. Zijn stilte was luider dan veel preken die ik gehoord had. Hij gaf me geen ingewikkelde verklaring. Hij liet mijn vraag gewoon in de ruimte hangen. En precies dat was wat ik nodig had. De toestemming om deze vraag te hebben en ermee voor God te staan, zonder me een slechte christen te voelen.
En toen kwam dat beeld met het water
Enige tijd later was ik bij een meer in de bergen. Het was een koele herfstochtend. Het meer lag stil en helder voor me. Aan de oever glinsterden de eerste ijskristallen op de stenen. En boven het water zweefde een fijne nevel, die door de opkomende zon goudkleurig werd.
Op dat moment kreeg ik een gedachte, zo helder en eenvoudig, dat het me bijna omverwierp. Water. Het was allemaal water.
Het water in het meer, vloeibaar, diep en ondoorgrondelijk. Het verzadigt de aarde, het voedt het leven, het is de basis van alles. Zoals God de Vader, de oorsprong van alles wat is. De Schepper, die ons in zijn hand houdt, wiens diepte we nooit helemaal kunnen peilen. Hij is de bron.
Dan het ijs aan de oever. Het was vast. Tastbaar. Ik kon het in mijn hand nemen, de kou ervan voelen, de vorm ervan zien. Het was hetzelfde water, maar het was zichtbaar en aanraakbaar geworden. Zoals Jezus, de Zoon van God. Hij werd mens van vlees en bloed, hij wandelde op deze aarde. God maakte zich tastbaar, grijpbaar. Hij kwam zo dichtbij dat we Hem konden zien en horen.
En ten slotte de nevel boven het water. Hij was overal en toch nergens echt te vangen. Ik kon erdoorheen lopen, hem op mijn huid voelen. Hij was aanwezig, zonder een vaste vorm te hebben. Zoals de Heilige Geest. Hij woont in ons, als we in Jezus geloven. Hij is de Helper, de Trooster, die ons leidt. We zien Hem niet, maar we voelen zijn werk, zijn aanwezigheid in ons leven.
De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen! (2 Korintiërs 13:13)
Meer dan alleen een symbool
Natuurlijk is elk beeld onvolmaakt. Water verandert van toestand, maar God is eeuwig en onveranderlijk. Vader, Zoon en Geest zijn geen drie verschillende rollen die God na elkaar speelt. Het zijn drie personen die van eeuwigheid af in een perfecte eenheid en liefdesrelatie bestaan.
Maar het beeld van water heeft de deur voor mij geopend. Het heeft de angst voor het ingewikkelde woord „Drie-eenheid” weggenomen en het met leven gevuld. Het gaat niet om een wiskundige vergelijking die we moeten oplossen. Het gaat om een openbaring van Gods wezen. Hij is geen eenzame monarch in de hemel. Hij is in zichzelf al relatie. Gemeenschap. Liefde.
De Vader heeft de Zoon lief. De Zoon eert de Vader. De Geest verheerlijkt de Zoon. Het is een eeuwige dans van liefde, en het ongelooflijke is: wij zijn uitgenodigd om deel te nemen aan deze dans. De Schepper-God wil niet alleen dat we in Hem geloven. Hij wil dat we terugkeren naar zijn familie, gereinigd door wat Jezus aan het kruis heeft gedaan.
Wat dit voor mijn leven betekent
Sinds die ervaring in de bergen is mijn gebedsleven veranderd. Ik begrijp nog steeds niet alles, en dat hoeft ook niet. Maar ik weet tot wie ik me richt.
Wanneer ik de last van de wereld op mijn schouders voel en de grootsheid van de schepping bewonder, spreek ik met de Vader. De Almachtige, die alles in zijn hand houdt en mij toch als zijn kind ziet.
Wanneer ik worstel met mijn schuld en mijn onvolkomenheid, kijk ik naar Jezus, de Zoon. Hij kent mijn mens-zijn, hij heeft het zelf doorleefd. Hij is mijn broeder en mijn Verlosser, die de brug naar de Vader heeft gebouwd. Hij heeft betaald.
En wanneer ik me zwak, moedeloos of alleen voel, vraag ik de Heilige Geest om zijn kracht. Hij is de adem van God in mij, die me troost, leidt en me de woorden geeft wanneer ik zelf de woorden mis.
Het zijn geen drie goden. Het is de ene God, die zich op drie prachtige manieren aan ons heeft geopenbaard, zodat we Hem echt kunnen leren kennen. Niet als een verre macht, maar als een liefdevolle Vader, reddende Broeder en helpende Vriend. Dat is geen polytheïsme. Dat is de volheid van de ene God, die er alles aan doet om met ons in relatie te zijn. En dat is het beste nieuws dat ik ken.
